|
GESCHIEDENIS VAN VOORHOUT |
|
BLOEMBOLLENHANDEL C.COLIJN EN ZONEN VOORHOUT 1915 |
|
De kwekerij van C.Colijn en Zonen 1922
|
Bloembollenpelsters van C.Colijn en Zonen |
|
Eeuwenlang
was Voorhout met haar bebouwing een
speldenknop op de landkaart.In 1988 vierde Voorhout op grootse wijze
haar 1000 jarig bestaan.Historici zijn echter niet eensluidend over het
jaartal 988.De een spreekt over het Voorhout van voor 989,anderen over
1064 of zelfs 1083.Feit is dat het dorp,ook wel Foranholte genaamd,beschikte over een groot en weids bebost gebied.Het strekte zich
al vroeg uit van Lisse tot Rijnbrug/Oegstgeest en van Katwijk,Noordwijk
tot Sassenheim. Qua oppervlakte kon het wedijveren met Leiden.Het gebied
was zeer schaars bewoond; er waren slechts een paar honderd Voorhouters,voornamelijk
landarbeiders.Van een dorpscentrum was beslist geen sprake.Deze
ontwikkelde zich pas in eind 1800.
|
|
Volgens
evangelische aantekeningen van de abdij van Egmond schonken op 6 mei 988
Dirk II , een van de Hollandse graven , en zijn gemalin de kerk van
Voorhout aan de abdij. In 1064 zou in een open brief aan Keizer Hendrik
IV over een kerk en kapel in Voorhout gesproken worden. De uit tufsteen
opgetrokken christelijke kapel werd toen met de Heerlijkheid Foranholte
aan het bisdom Utrecht geschonken. Twaalf jaar later werd de parochie
Vorenholte bij de abdij beleend. Als dochterkerk behoorde ook Sassenheim
onder Voorhout, In 1083 bevestigde graaf Dirk V in Flandria de
schenkingsoorkonden van zijn voorvaderen
|
|
Bekende
adellijke geslachten kwamen in de vroege middeleeuwen voor in het toen
beboste Voorhout. Al in 1283 zien we de adellijke families Nagel,
Boekhorst en van Teijlingen. Onder de Nagels trof men ruim twee eeuwen
lang schouten. In de ambachtrekeningen van Voorhout van 1459 is al
sprake van”Jan Naghels voor die bregge”.De huidige Nagelbrug
is overigens niet de oorspronkelijke.Deze lag over de Dinsdagse
Wetering, de waterwegverbinding tussen Noordwijk, Sassenheim en Warmond,
een honderd meter terug. In de volkstaal noemde men de oude in 1967
gesloopte Nagelbrug wel de Lage of Oude Schoolbrug. De Hoge of Nagelbrug
is in 1657 voor fl.195.-
tegelijk met het graven van de Haarlemmertrekvaart,gebouwd. Uit die
periode stamt ook de in 1971 gesloopte herberg en regthuis De Bonte Koe.
|
|
Aan het
einde van de twaalfde eeuw woonde op het slot Teijlingen het
aanzienlijke geslacht van Teijlingen. Heer Willem overleed in maart
1244. Voor zover bekend liet hij vier kinderen na. Bijna veertig jaar
later overleed Willems zoon Willem. Het slot en de andere leengoederen
vervielen aan de graaf van Holland en aangezien de overledene kinderloos
was,was er geen opvolging. Floris V schonk daarop het huis Teijlingen
aan de weduwe van Heer Albrecht van Voorne. Een kleindochter van de
graaf, de welbekende Jacoba van Beieren vestigde zich in 1428 op
Teijlingen. Jacoba overleed acht jaar later.
|
|
Naast
Teijlingen kende Voorhout in de veertiende eeuw het slot
Boekhorstburg of ook wel Boekenburg genoemd.Nadat Jan van der Boekhorst
in 1400 overleed ontving zijn zoon Jan Florisz. Het slot en bijbehorend
land ter grootte van bijna 181/2 morgen (ca 16 ha) en twintig gaarden.
In 1468 kreeg hij de onderscheiding “Het recht van zwanendrift” (
recht tot het houden van zwanen ), tot de franse revolutie slechts
voorbehouden aan de adel. Het oorspronkelijke Boekhorst is bij een
laatste oplaaien van de Hoekse en Kabeljouwse twisten verwoest. Er werd
een kleiner huis gebouwd, waarvan het twijfelachtig is of de eigenaars
er ooit in hebben gewoond.Daarnaast kende Voorhout enige grote
hofsteden, zoals de Hooghkamer en Oosthout.
|
|
De
bewoning was eeuwenlang schaars. De abdij beschikte hier in 1339 wel
over een aantal huizen. Rond de vijftiende eeuw telde men veertig
haardsteden en 160 communicanten. 29 gezinnen betaalden belasting. De
anderen waren arm of edel “die niet en geven”. Tijdens de Franse
revolutie telde Voorhout niet meer dan 331 inwoners, voornamelijk
Katholiek. Na de beeldenstorm van 1566 kerkten zij te Sassenheim.
Doordat er weinig Hervormden voor bestuursfuncties waren, bleven deze
functies veelal in Katholieke handen. In 1795 kwam aan deze vorm van
bestuur met schout en schepenen een einde. Het ambacht en de
heerlijkheid Voorhout werden opgeheven en het Liberte, Egalite en
Fraternite volgden. Voorhout werd een gemeente. Twaalf jaar later
verdween de Franse overheersing, Voorhout werd opgeheven en tot 1818 bij
Sassenheim gevoegd. Toen kwam Voorhout weer op eigen benen te staan. De
gemeente telde 400 inwoners.
|
|
Na jarenlang
de Katholieke kerkgang in Sassenheim gedoogd te hebben, ontstond in
1856, na bijna 300 jaar, weer een Voorhoutse parochie: De Heilige
Bartholomeus. De Hervormde kerk verkocht voor fl.1700.- het oude
gedeelte van de kerk aan de Katholieken . In de periode is de
buitenplaats Schoonoord gebouwd en weer gesloopt. Zij moest plaats maken
voor het seminarie Hageveld . Na het vertrek van de priesters diende het
beeldbepalende pand aan de Leidse Vaart tot het eind van de jaren
zeventig als Bisschoppelijke Nijverheidsschool. Nieuwbouw voor de
inmiddels in KTS omgedoopte school volgde, zodat het oude pand gesloopt
werd. De KTS schreef op 22 maart 1991 haar 10.000ste leerling in.
|
|
Door een te
kleine gemeenschap werd in 1860 ( tot 1920 ) het burgemeesterschap
verenigd met dat van Oegstgeest. De vooruitgang ging ook aan Voorhout
niet voorbij. De bevolking groeide in 1880 langzaam
naar ongeveer 1100 inwoners.Ook ziet men aan het einde van de
negentiende eeuw de opkomst van de bloembollencultuur. Hooggelegen
gronden werden afgegraven. Na een start met 61 ha groeide het binnen
twintig jaar tot 170 ha, wat bij 42 kwekers in gebruik was. Rond 1940
bereikte men ongeveer 245 ha. In het bloembollenseizoen trekt op de
laatste zaterdag van april het bloemencorso door de streek. Zij volgt de
route van Noordwijk naar Haarlem en doet daarbij ook Voorhout aan.
|
|
v.l.n.r. Anthonie Colijn,Frans en Chris van der Tang,Gerrit en Freek Spierenburg, Cornelis Colijn Azn., Leen Zwetsloot, Henk Colijn en Alice Colijn
|
Last update 14 th of July 2010