Huize "DE OLMEN" v/h De Hollandsche Tuyn

en zijn bewoners van 1647 tot heden

Tekst is van Bert Driessen en was gepubliceerd in de Oegstgeester Courant van 22 juni 1983

 

Op de hoek van de Geversstraat - de Kempenaerstraat staat Huize " DE OLMEN". Een fraai pand dat immer veel aandacht

trekt en waarover veel geschreven is. Ondermeer door de Heer Van Varik in "Bijdragen tot de geschiedenis van Oegstgeest", hierin beschreef de Heer Van Varik de geschiedenis van het pand tot 1811.

De Heer Bert Driessen heeft onderzoek naar het pand gedaan vanaf dat jaar tot 1983 wat resulteerde tot een paginagroot

artikel in de Oegstgeester Courant van 22 juni 1983.

Hier gaan we terug tot de tijd dat deze hoek nog bestond uit maagdelijke,onbebouwde grond dan beland men in het jaar 1647.

 

In januari 1647 kocht een zekere Bartholomeus Pietersz. van den Brouck,wonende te 's-Gravenhage een stukje grond aan de zuidelijke hoek van Vaart- Lage Vaart ( nu de Kempenaerstraat ) en de Leijderwegh ( nu Geversstraat )

Hij kocht dit stukje grond van Cornelis Maartensz. van Egmond en liet er een huis bouwen.

 

Na zijn overlijden kwam het huis in mei 1678 in het bezit van Hendrik van den Bos te Zoeterwoude, die het in februari 1694 verkocht aan Leendert IJsbrandsz.van Langeveld.

Willem van Lexmond, die het pand huurde, kreeg in november 1706 vergunning voor het uitoefenen van een Tapperij. Op een landmeterskaart uit 1726 blijkt dit  " De Hollandse Tuyn" te zijn.

 

Na het overlijden van Willem van Lexmond in 1725, wordt Cornelis van de Gans te Leiden in 1728 de nieuwe herbergier-eigenaar voor de som van 1600 gulden en een af te lossen schuld van 1200 gulden. 

Als extra atractie laat de nieuwe eigenaar een kolfbaan aanleggen. Maar na drie jaar bleek de Gans niet bij machte aan zijn geldelijke verplichtingen te voldoen. In 1731wordt de herberg met erf, tuin en kolfbaan gedwongen verkocht voor

1500 gulden aan Hendrik van Leeuwen te Leiden. Het huisje bij de paardebrug ging voor 300 gulden naar een Rijnsburger.

 

Na 1731 liep de klandizie waarschijnlijk aanzienlijk terug want in 1738, 1739 en 1742 zijn er steeds weer nieuwe eigenaars.

De koopsom is inmiddels gedaald tot 1000 gulden.

Nadien zijn er nog een zestal huurders geweest, een van hen Jan Pietersz.van Touw, kreeg bovendien toestemming tot het uitoefenen van het schoenmakersambacht. Zijn opvolger Hendrik van Duuren, kreeg een vergunning voor een nieuwe kolfbaan.

 

In juli 1786 werd "De Hollandse Tuyn" met toebehoren eigendom van Jacob Kuijer, timmerman te Oegstgeest. In januari 1787 kreeg deze timmerman vergunning om het voorhuis van de herberg te mogen verbouwen.Een jaar later kreeg Jacob Kuijer consent tot het oprichten en instanthouden van een timmermanswinkel.

In 1751 werd vergunning gegeven om op het erf een schuur of werkplaats te bouwen. Na een boedelscheiding kreeg Niesje van Duuren,een dochter uit het eerste huwelijk van Jacob Kuijers's echtgenote Pietertje Marijt, die gehuwd was met de timmerman Gerrit van Wijk op 15 september consent voor de herbergiers en tappersnering. Haar man kreeg op 20 oktober daaropvolgend vergunning voor het uitoefenen van het timmermansambacht.

In december 1809 werd het pand verkocht aan Mr. Dirk Cornelis Gevers van Endegeest.

 

Periode 1810 tot heden

 

In 1810 ging het pand wederom onder de hamer, uit de acte van deze verkoop blijkt dat de verkoop werd gehouden op de tiende van de bloeimaand 1810 in de herberg "De Roode Leeuw" in de Dorpsstraat te Oegstgeest.

De koper werd Jan Driessen die echter niet zelf in het pand ging wonen maar het bestemd had voor zijn zoon Henricus.

Zoon Henricus was een meester timmerman die op 27 mei 1805 gehuwd was met Christine van der Loo.

Als op 2 juli 1813 Jan Driessen komt te overlijden koopt zoon Henricus op 21 juli 1816, ten overstaan van notaris J.C.Hummel te Katwijk,

het pand met alle toebehoren voor 1300 gulden.

Ruim 30 jaar heeft Henricus Driessen, samen met enige knechts het timmermansambacht uitgeoefend, hij was tevens tapper.

Na het overlijden van Henricus Driessen op 28 april 1848 komt er een voorlopig einde aan het bestaan van de timmermanswinkel.

In 1848 werd het pand met alle toebehoren verkocht  aan Jhr.Mr.Daniel Theodore Gevers van Endegeest, lid van de Kamer van de Staten Generaal en wonende op Kasteel Endegeest voor 3350 gulden.

 

Tussen 1850-1857 werd " De Olmen " bewoond door Jhr. Adriaan Leonard Gevers van Heteren en zijn vrouw Sixtenia van Grevenstein met hun drie zoons en een groot aantal dienstboden. Wellicht is dit een broer van Jonkheer Mr. Daniel Theodore geweest.

 

Van 1862 tot 1865 woonden de Dames Marchée op " De Olmen " die daar een naaischool hadden gevestigd.

 

Na het overlijden van Jhr. Mr. Daniel Theodore Gevers van Endegeest, op 27 juli 1877, ging het pand ingevolge zijn testament in eigendom over op Jhr. Alfred Louis Auguste Gevers. Dit met de duidelijke bepaling dat vrouwe Margareta Johanna Deutz van Assendelft levenslang vruchtgebruikster zou blijven.

 

Op 9 april 1881 vind er weer een verkoping plaats, want dan is het Willem Frederik van Hoogstraten, particulier uit Oegstgeest die het geheel koopt voor 7000 gulden, inclusief de last dat de vrouwe Margareta Johanna Deutz van Assendelft levenslang vruchtgebruikster blijft.

 

 

Huize De Olmen,naar een foto van J.Goedeljee, omstreeks 1890.Rechts de zandsloot ( gedempt in 1910 )

 

 

Huize De Olmen (Bakkerij Hoogeveen)

 

Vanaf medio 1885-1900 heeft - als huurder- Bas van Leeuwen daar gewoond.

Deze kwam uit Zoetewoude en werkte als wagenmaker bij de firma Rubenkamp.

 

Op 30 juni en 7 juli kwam het perceel weer in een openbare veiling, nieuwe eigenaar werd meester timmerman Jacobus Kortekaas die het perceel kocht voor 6900 gulden. Jacobus Kortekaas heeft met zijn gezin in het pand gewoond maar of hij het ook als timmermanswerkplaats heeft gebruikt is niet bekend.

Zes jaar later verkoopt Kortekaas het perceel met uitzondering van de tuin ( 5 are en 50 centiare ) aan Johannes Marinus Hoogeveen,

bakker wonende te Gouda voor 7000 gulden.

Johannes Marinus Hoogeveen verhuisde met zijn gezin vanuit Gouda met een dekschuit via de toen nog voor "De Olmen " langslopende zandsloot.

De tuin wordt ongeveer een jaar later door Kortekaas verkocht aan de coöperatieve productie associatie " De Pionier" te

's-Gravenhage en bouwen daar een aantal panden, waarvan de drogisterij "De Pionier" er een van was.

 

Op deze kaart zijn de schoorstenen van de bakkerij zichtbaar

 

     

Bakker Johannes Hoogeveen

 

Foto beschikbaar gesteld door G.Hoogeveen,

de kleinzoon van  bakker Hoogeveen

 

 

Johannes was de vader van de laatste eigenaar en bakker Cees Hoogeveen. Vanaf 1906 tot 1977 is  " De Olmen" onafgebroken als bakkerij en woonhuis door de familie Hoogeveen in gebruik geweest.

 

De toegang tot het prive gedeelte van Huize "De Olmen" was gelegen in de Kempenaerstraat

 

Foto is uit de jaren zeventig, beschikbaar gesteld door Phiep van de Ven

 

 

Vele tientallen jaren heeft de familie Hoogeveen zijn stempel op het pand gedrukt.

In 1983 is de familie Daems-Elshof begonnen met de restauratie van het pand.

Bij de restauratie kwam er wel wat voor de dag, o.a. fragmenten van de "Courant het Nieuws van de Dag" gedateerd..6 juni 1883.

Na precies honderd jaar vanachter het behang te voorschijn gekomen.De vloer van de bakkerij lag ongeveer 40 cm lager dan het wegdek van de Kempenaerstraat. Nadat men nog eens 40 cm had afgegraven stuitte men op plavuizen die van de oude herberg " De Hollandse Tuyn "geweest zijn.

Aan dit pand, een van de beste voorbeelden van de 18e eeuwse bouwkunst, is met veel vakmanschap aan de restauratie gewerkt door de gebroeders Wieman en de Heer de Rooy.Na de restauratie is het pand betrokken door de familie Daems-Elshof met als bestemming woonhuis en antiekwinkel.

.

 

Huize De Olmen, nu in 2001 met een handel in antiek

In 2003 heeft de familie Daems-Elshof het pand verkocht aan de familie Blom-Kofoed en is zelf gaan wonen in de naastgelegen

v.m. Drogisterij de Pionier, waar ook de antiekhandel van Mevrouw Daems-Elshof is voortgezet.

HUIZE "DE OLMEN",een pand met een geschiedenis en uitstraling waar Oegstgeest trots op kan zijn.

 

 

   

 

Huize De Olmen anno 2010, foto's van Henny van Werkhoven